Menu

Bloeimaand

Bloeihoogte

Kleur

Bloembollen informatie

Bolgewassen hebben zich aangepast aan gunstige klimatologische omstandigheden met afgewisseld ongunstige klimatologische omstandigheden. Deze aanpassingen bestaan uit een ondergronds opslag, bestaand uit een bol of wortelstok met een groei- en een rustperiode. Het reservevoedsel (zetmeel, suikers en eiwitten) is opgeslagen in de bol of wortelstok en stelt de plant in staat om ongunstige periodes te overleven. Op of in de bol of wortelstok zit de knop die volgend seizoen zal uitgroeien tot een plant met wortels, bladeren en bloemen. Aan het eind van de groeiperiode, aan het begin van de rusttijd, sterven de bovengrondse delen meestal af evenals een deel van de wortels of alle wortels.

Grofweg kun je bol of wortelstok verdelen in een aantal categorieën namelijk:

  • echte bollen eenjarig en meerjarige
  • wortelstokken
  • knollen: stengelknollen, wortelknollen en dicotyle knollen

 

Echte bollen eenjarig en meerjarige

Er bestaan eenjarige en meerjarige echte bollen. Eénjarige echte bollen worden bijvoorbeeld aangetroffen bij Tulipa en meerjarige bollen onder andere bij Narcissus, Hippeastrum en Lilium.

Wortelstokken

Wortelstokken zijn ondergronds groeiende, kruipende, vertakkende stengels die bedekt zijn met schubvormige bladeren. Wortelstokken groeien meestal horizontaal en vormen alleen aan de onderzijde wortels. Voorbeelden van wortelstokgewassen zijn de Iris germanica en de Agapanthus.

Knollen

Knollen worden verdeeld in drie soorten; stengelknollen, wortelknollen en dicotyle knollen. Bij stengelknollen is een deel van de onderzijde van de stengel vergroeid tot een knol. De knop zit bovenop de knol. Aan het einde van het groeiseizoen sterft de knol meestal af en heeft zich bovenop de oude knol een nieuwe knol ontwikkeld. Stengelknollen zijn veelal éénjarig, met als voorbeelden de Krokus en de Gladiolus. Bij wortelknollen is het reservevoedsel opgeslagen in de verdikte wortels. Dicotyle knollen zijn deels ondergronds groeiende stengels, meestal rond, vlezig en soms bedekt met schubvormige bladeren die zijn geconcentreerd aan de bovenzijde van de knol. Een dicotyle knol heeft meestal meerdere knoppen die gelijktijdig kunnen uitlopen. Voorbeelden zijn de Begonia, de  Dahlia, enz.

Hoe diep moet er geplant worden?

Een handig ezelsbruggetje is dat bollen altijd 2 keer zo diep geplant moeten worden als de bol hoog is. Uitzonderingen zijn Begonia’s en Dahlia’s, die vlak onder het oppervlakte geplant moeten worden.

Algemene informatie Bloembollen planten

Voorjaarsbloeiers

Bloembollen die in het voorjaar zullen bloeien, worden in het najaar geplant. Bij voorkeur in een periode die ligt tussen eind september en op z'n laatst in december. Hoe vroeger de bolgewassen geplant worden, des te eerder zullen ze wortelen en spruiten ontwikkelen. Als u na ontvangst niet direct tijd heeft de bollen te planten kan het beste de doos opengemaakt bewaard worden, op een koele maar vorstvrije, droge en donkere plek. Sommige soorten verpakken wij in plastic. Maak wat gaatjes in dit plastic zodat de bollen kunnen ademen en bewaar deze in de koelkast.

De grond is aan het begin van de herfst nog een beetje warm. Ze zijn daardoor ook beter bestand tegen vorst in de grond. Bij zeer strenge vorst kan de grond tot wel dertig centimeter diepte bevriezen. Plant geen bollen wanneer de vorst al in de grond zit of wanneer deze kletsnat is. Alle bolgewassen houden van een zonnige tot half beschaduwde plaats. Krokussen en de vele botanische tulpen moeten bij voorkeur op een juist zonnige plek geplant worden.

Overigens zijn er heel veel bolgewassen die op een schaduwrijke plek geplant kunnen worden. Dit zijn onder andere blauw druifje (Muscari), Anemoon Sierui (Allium) boshyacinth (Scilla), zomerklokje (Leucojum aestivum), sneeuwklokje (Galanthus nivalis).

Zomerbloeiende bollen

Zomerbloeiende bollen kunnen vanaf maart, na de vorst, tot begin mei geplant worden. Als u na ontvangst niet direct tijd heeft de bollen te planten kan het beste de doos opengemaakt bewaard worden, op een koele maar vorstvrije, droge en donkere plek. Sommige soorten verpakken wij in plastic. Maak wat gaatjes in dit plastic zodat de bollen kunnen ademen en bewaar deze in de koelkast. Zomerbloeiende bollen, ook wel ‘knollen’ genoemd, zijn Dahlia’s, Anemonen, Calla’s, Gladiolen en Begonia’s. Houdt dan rekening met de verschillende bloeiperiodes. Uw zomertuin kan dan van juni tot oktober schitterend in bloei staan. Als u in het najaar dan alweer voorjaarsbloeiers plant (zoals tulpen en narcissen), geniet u vanaf februari opnieuw van kleur in de tuin.

Speel met de hoogtes en kleur

Wisselende hoogtes en kleur is iets wat een tuin levendig maakt. Spelen met de hoogtes en kleur doet u door de keus en de plaatsing van bollen. Plant hogere zomerbollen als gladiolen en lelies als kleuraccent naast heesters en hoge vaste planten en siergrassen. Lagere zomerbollen zoals begonia’s, Oxalis en Anemonen doen het goed tussen bodem bedekkende vaste planten. Voor het planten dient u de grond goed los te maken. Maak daarna de bodem enigszins gelijk, maar zonder de grond weer aan te drukken. Zomerbollen kunt u in elke grondsoort planten, mits deze goed water doorlaat. Extra bemesting, voor de eerste bloei, is in principe niet nodig. Bij zware kleigrond kunt u de bovenste laag het best mengen met zand of compost; dat maakt de grond wat losser. Bakken vult u met tuinaarde of potgrond.

Meteen water geven

Direct na het planten hebben zomerbollen extra veel water nodig om snel wortels te kunnen vormen. In de droge voorjaarsperiode moet u de grond in de tuin of in de bakken vochtig houden. Veel zomerbloeiende bollen en knollen zijn geschikt om in bakken en potten geplant te worden. Zo krijgt uw balkon een zomers accent of krijgt een stenen terrasje wat extra kleur. Goede soorten zijn o.a.: Begonia's, lage Dahlia's, Canna, Eucomis, Zantedeschia en Oxalis. 

Planten

Voordat u de bollen plant moet de grond goed voorbewerkt (ondergrond goed losmaken) zijn als de bollen werkelijk geplant kunnen worden. Na de grondbewerking is de grond los van structuur. Daarom is het prikken van gaten met een te puntig voorwerp absoluut ongeschikt; de luchtzak onder in het plantgat voorkomt in zo'n geval dat de bol-bodem onvoldoende in aanraking kan komen met de grond. Gebruik het liefst een echte bollenplanter. Dit is een bollenplanter waarbij de grond eruit getikt moet worden. Uiteraard kan ook gewoon een (hand-)plantschopje gebruikt worden. Het nadeel hiervan is dat maar zelden alle bollen op een zelfde hoogte geplant zullen worden, zodat verschillen in hoogte van het gewas zullen ontstaan of zelfs dat de bol nooit opkomt! Bij aanplant van grote plantvakken is het gebruik van de panschop of een bats heel handig en voor grote plantplekken in gazons een must. Deze “Hollandse” manier van aanplanten is ook heel bruikbaar wanneer de bollen niet keurig in gelid geplant hoeven te worden, maar uitgestrooid worden over een grote oppervlakte. Door uitstrooiing ontstaat een meer 'natuurlijk' beeld van aanplant. Vooral voor botanische bolgewassen geeft dit een fraai ogend effect.

Geplant en dan?

Wanner u de bollen heeft geplant kunt u de plaats met stokjes of iets dergelijks markeren dit voorkomt schade wanneer er in de nabijheid geharkt of gespit moet worden. Voor overblijvende bolbeplantingen is het beter een schets te maken van waar deze bollen geplant zijn, zodat in de zomer, wanneer het loof afgestorven en verdwenen is, er niet door bijplanten van andere gewassen schade zal ontstaan.

Bloembollen in bakken

Ook kunnen bloembollen vrijwel in alle soorten bakken worden geplant. Bollen in een pot mogen wat dichter bij elkaar staan dan in de tuin. Om van bloembollenpracht te kunnen genieten is het hebben van een tuin niet echt nodig. Een aantal flinke potten in een maat van 25-30 cm met daarin een aantal tulpen, narcissen, sneeuwklokjes of krokussen geeft later toch dat “lente” gevoel. Kies vooral lage soorten, deze zijn minder windgevoelig. Uiteraard kunnen ook grotere bakken voor dit doel gebruikt worden. Zorg vooral dat de pot of bak goed kan draineren. Leg in voldoende mate potscherven of stukjes hardschuim op de bodem. Bedek deze vervolgens met een laag scherpzand en daar bovenop een goede potgrond. Het planten van de bollen kan in verscheidene lagen!Als u soorten met een verschillende hoogte en bloeitijd kiest, heeft u heel lang plezier van deze mini-tuin. Combinaties van narcis en blauwe druifjes zijn daardoor bijvoorbeeld goed mogelijk. Bij strenge, aanhoudende vorst moeten de potten en bakken wel beschermd worden. Afdekken met stro of jute zakken is effectief.

Bolgewassen voor kamercultuur

Waarschijnlijk kent u ook wel die heerlijke geur van bloeiende hyacinten wanneer u een kamer binnen komt. Het 'trekken' van hyacinten op water is een heel bekende cultuur. Maar er zijn veel meer bolgewassen die zich uitstekend lenen voor kamercultuur. De hoeveelheid bollen die u nodig heeft, is afhankelijk van de potmaat.

Voor de huiskamercultuur zijn er drie methoden:

  • op water
  • op grint
  • in potgrond

 

Op water

Gebruik speciale glazen, speciale plastic potjes of vazen voor hyacinten, tulpen of narcissen waar de bol ingeklemd kan worden. Voor het beste resultaat moet u wel speciaal voorbewerkte bollen kopen. Deze bollen zijn 'geprepareerd'. Dat wil zeggen dat de bollen gedurende een bepaalde periode aan kou (in koelhuis) bloot hebben gestaan. Tijdens deze koelperiode wordt de zogenaamde bloembodem (primordium) aangelegd.

Wilt u ze zelf prepareren dan (behalve narcissen en Amaryllis bollen):

  1. Doe de gekochte (onbehandelde) bollen in een plastic zak met daarin gaatjes, zodat de bollen kunnen 'ademen'.
  2. Bewaar de bollen 4-6 weken in de koelkast bij een temperatuur die tussen de 5-6 graden Celcius ligt. Laat ze niet bevriezen!
  3. Zet de bol (gekocht en behandeld of zelf bewerkt) op het glas dat gevuld is met water. Zorg dat de bol stevig klem zit op het glas of de pot om later omkiepen te voorkomen.
  4. Plaats het glas/de pot met de bol daarna op een donkere, frisse plaats. De maximale temperatuur mag niet boven de 12 graden Celcius uitkomen. Een donkere kast, een onverwarmde slaapkamer of een donkere plaats in kelder, schuur of garage is goed.
  5. Wanneer na ongeveer 3-4 weken zich een spruit van zo'n 5-6 centimeter heeft gevormd, kan het bolgewas in een verwarmde kamer geplaatst worden. Let erop dat gedurende de gehele procedure zich voldoende water in het glas of de pot bevindt. Het water moet ca. een halve centimeter onder de bolbodem blijven. Goede soorten voor glas-/potculture zijn:
    • De Hyacint:  PinkPearl, Carnegie of Delft.
    • De Krokus: Remembrance of Jeanne d'Arc.
    • De Tulpen: Peach Blossom, etc.

 

Op grint

De cultuur, plantwijze, de noodzakelijke behandeling van de bollen etc. is gelijk aan die voor watercultuur. Het grint vervangt in feite de potgrond. Gebruik een waterdichte pot. Uit wat voor een materiaal de pot gemaakt is, doet er niet toe. Breng ten minste 5-10 cm grint in de pot aan. Vul de pot met water en zorg ervoor dat als de bollen geplant zijn, de bolbodem niet in het water staat. Vul geregeld met water aan gedurende de tijd dat de bollen 'trekken'. Behandeling is verder gelijk aan die van bollen op water.

In potgrond

Kies een luchtig, licht mengsel aan grond. De grond moet water doorlatend zijn, dus vermenging van potgrond met 1/3 zand is heel goed. Gebruik beslist geen turfmolm of vette tuinaarde. Alle potten met een flinke omvang zijn goed te gebruiken. Fraai zijn de plantschaalachtige bloempotten, die zijn wat minder hoog dan de gewone bloempot en uitstekend bruikbaar voor ons doel. Doe wat grint of potscherven onder op de bodem van de pot voor drainage. Daarna kan het grondmengsel er direct overheen worden aangebracht. Vul de pot tot op 1 centimeter onder de rand in  verband met het begieten. Plaats de potten op een koele plaats, de temperatuur mag niet hoger zijn dan 10-12 graden Celcius. Het is beslist niet noodzakelijk om de potten op een donkere plaats te zetten.

Een andere manier is om de potten/schalen in de tuin in te graven. Graaf een kuiltje, waarbij de bovenkant van de pot/schaal maximaal 15 centimeter onder de oppervlakte komt te staan. Dek de plek af met een laag stro, zaagsel of schoon zand. Dit vergemakkelijkt het uitgraven, wanneer het gevroren heeft. Na ongeveer acht weken kan alles weer uitgegraven worden. Hebt u geen tuin, dan kunnen de potten ook met zwart plastic folie afgedekt worden. Door de potten op verschillende tijden binnen te halen wordt in huis de tijd met bloeiende bollen verlengd.

Plant en bloeischema

Zomerbloeiers

Cultivar Jan Feb Mrt Apr Mei Juni Juli Aug Sep Okt Nov Dec
Agapanthus            
Alcea     x          
Anemone          
Aquilegia          
Astilbe              
Begonia        
Calla          
Canna            
Crinum Powellii            
Crocosmia             
Cyclaam           
Dahlia      o    
Eremurus               
Freesia             
Gladiool             
Gypsophilia               
Hosta           
Iris       o          
Lilium        o        
Ranunculus       x   o        

Voorjaarbloeiers

Cultivar Jan Feb Mrt Apr Mei Juni Juli Aug Sep Okt Nov Dec
Allium          o  
Amaryllis             xo 
Arum      o o      
Brodiaea            
Camassia       o    
Chionodoxa            
Colchicum                 xo  xo 
Convallaria              
Crocus   o          
Eranthis             
Erytronium             
Fritillaria             
Galanthus             
Hyacinth               
Ipheion             
Ixia              xo 
Muscari               
Narcissus             
Scilla             
Tulipa              x x